Skip to content

 LauWai…Yeh

IMG_1673Met de schooltas op m’n rug en twee plastic tasjes in mijn handen kom ik aan bij het spoorwegparkje op weg naar huis. De plastic tasjes snijden in mijn handen en ik besluit om het zwaarste tasje met kip in mijn rugtas te stoppen. Ah! Daar is een groot plat rotsblok en er zit niemand op! Op de andere rotsblokken zitten mensen te genieten van het zonnetje.

Ik haal mijn rugtas van mijn rug en begin het zakje kip erin te stoppen. Er komt een oude vrouw naast me staan. Ze kijkt wat ik doe. Samen met haar vriendin wil ze wel op het rotsblok zitten. Ze kwebbelt wat: die ‘LauWaiYeh’ gaat hier vast niet zitten. Ik versta haar en zeg wat terug. O, die LauWaiYeh spreekt goed Chinees! Maar ondertussen staat ze steeds dichter bij me, want ze wil dat ik plaats maak! Dat doe ik dan maar, op weg naar huis! LauWaiYeh! Dat heb ik nog niet eerder gehoord.

IMG_0510b

LauWai ken ik wel. Het is de vriendelijke, wat spottende betiteling van een buitenlander door een Chinees. Zoals wij ‘ouwe jongen’ zeggen. Het betekent Ouwe Buiten(-lander). Sommige expats gebruiken het als een eretitel!

YehYeh ken ik ook. Zeg eens dag tegen YehYeh, zeggen sommige moeders wel tegen hun kleintje. Dan ben ik: Opa. ‘Meneer’ als aanspreektitel wordt nauwelijks gebruikt. Het is al gauw oom, tante of opa en oma. En dat heeft een vriendelijke klank. Dus LauWaiYeh is ’oude buitenlandse opa’. Ik vind het wel grappig. Het oude vrouwtje was vast in de tachtig.

IMG_0510c

Er zijn weinig LauWai in Xining. Ik heb gehoord dat het aantal visums beperkt is: niet meer dan 600. De regels voor visums veranderen geregeld en het wordt er niet makkelijker op. Misschien heeft het ermee te maken dat onze provincie ver weg van de hoofdstad ligt en precies tussen twee gevoelige gebieden: Tibet (Zuid) en Xinjiang (Noord-West). Er zijn ook maar weinig buitenlanders van onze leeftijd. Misschien zijn we wel de oudste! Echt goed dus LauWaiYeh.

In Shanghai, Beijing of het Zuiden van China kan dat wel eens heel anders liggen. Daar wonen en werken de meeste buitenlanders, zoals je hier ziet. Nederlanders zijn er maar weinig. In Shanghai wel, daar is zelfs een school voor Hollanders. Hier, in Xining kennen we er een stuk of tien.

LaoWai uit CheLaan – ouwe buitenlanders uit Holland.

 

Een eeuwenoud boek (Salar-4)

Minaretten

Minaretten

Als je denkt aan China, denk je niet direct aan Moslims. Toch voelen de Salar zich helemaal Chinees én Moslim, al meer dan 700 jaar.

China heeft eigenlijk geen eigen godsdienst. Boeddhistische trekken zie je veel, maar is import uit India. De regering wil graag authentiek blijven en stimuleert de opleving van de morele opvattingen van het Confucianisme. Het Christendom groeit ook enorm, eerst op het platteland maar nu ook in de vele grote steden in het Zuiden en Oosten. De Islam is meer de godsdienst van enkele minderheden. Zoals de Salar.

De dag na het schapenfeest

De dag na het schapenfeest

Vanuit de herdenkingstuin zien we twee minaretten. Als we daarheen lopen ligt op het plein ervoor een stapel schapenvellen. De imam houdt ze trots omhoog: giften van de gelovigen. De dag ervoor was het schapenfeest, Aid Al-hadha. We wachten bij hem op de sleutelhouder, die speciaal voor ons groepje van acht de deur van de minaretten zal openen.

Gebouw van het boek

Gebouw van het boek

 

Boven het gebouw tussen de minaretten zien we een boek. Dit is de plaats waar de oudste koran van China bewaard wordt. Tot een jaar of vijf een nog oudere koran werd gevonden in West China. Maar dit is de koran is door de Salar meegenomen op hun barre tocht naar het westen.

 

Eeuwenoud

Eeuwenoud

We lopen veel trappen op en komen op de bovenste verdieping. Midden in de zaal staat een zuil met een kleine glazen vitrine erop. Daar ligt de oude koran. We mogen een foto maken van de twee pagina’s die boven op het boek zijn neergelegd. Rondom de zuil zien we vitrines met poppen in de oude klederdracht en er hangen platen met informatie en landkaarten aan de muur.

Als we weer naar beneden gaan komen we een volgende groep bezoekers tegen. Pelgrims die deze bijzondere plaatsen bezoeken. De kostbaarheden van de Salar, waardoor ze zichzelf al zoveel eeuwen in stand hebben kunnen houden onder de wisselende heerschappij van Tibet en China.

Een bijzonder volkje.

 

Kan om de hals (Salar-3)

IMG_1577De precieze plek van de herdenkingstuin van de Salar is niet makkelijk te vinden. Langs de kant van de provinciale weg zit een Salar-vrouw haar was te doen. Beetje oude stijl, met een wasbord en stromend beekwater uit de goot. Het ziet er wat armoedig uit, terwijl we ook grote dure auto’s zien staan voor de huizen. Gelukkig weet zij waar we heen moeten: die kant op!

DSCF3834

Door wat smalle straatjes van een oud gedeelte van een klein stadje komen we bij de tuin. Behalve de vijver en de stenen platen aan de muur zijn daar ook twee huizen, nagebouwd uit die oude tijd. Houten huizen en een kar, zoals die in de oude tijd door de Salar gebruikt werden.

DSCF3827

Binnen in een huis zien we de ‘kang’. Een opgehoogd gedeelte wat overdag dienst deed als zit- en eetplaats. Nog steeds doet iedereen hier zijn schoenen uit en loopt op slippers door het huis. In de nacht wordt het tafeltje weggehaald en slaapt de hele familie op de kang. Lekker warm, want onder de kang liggen de overdag heet gemaakte stenen.

 

DSCF3830Voor Moslims zijn de was-rituelen erg belangrijk. De witte kameel had daarom behalve een koran ook een waterkruik om zijn hals gebonden. Deze grote kruik herinnert daaraan. Hij is gemaakt in de stijl van Tang-dynastie, het Chinese keizerrijk van 619-907. Tussen de bomen door zien we twee minaretten. Daariver ind e volgende en laatste blog over de Salar.

De Witte Kameel (Salar-2)

Een witte kameel op het verkeersplein van Xunhua

Een witte kameel op het verkeersplein van Xunhua

We zijn met een busje met collega’s op weg naar het Meng Da Natuur Reservaat, Zuid-Oost van Xining. Na 3 uur rijden, door een tunnel van 21km, een ravijn van 13 km en een brug over de Gele Rivier komen we in het stadje Xunhua (zeg Suunchwa), hoofdstad van het Salar Gebied. Midden in het stadje is een verkeersplein met -prominent in het midden- een zuil met een witte kameel erop. Daar zit een verhaal aan vast, de legende van de Salar.

 

Trektocht van de Salar: eerst groen, naar West dan rode pijltjes naar Oost

Trektocht van de Salar: eerst groen, naar West dan rode pijltjes naar Oost

Volgens dat verhaal komen de Salar oorspronkelijk uit de het gebied rond de oude en beroemde stad Sarmarqand in wat nu Oezbekistan is. In het jaar 1223 trekken een paar honderd Salar onder leiding van de broers Kharaman en Ankhman oostwaarts op zoek naar een vreedzame plek. Als gelovige Moslims binden ze een origineel manuscript van de Koran aan de hals van een witte kameel en bidden ze dat Allah de kameel zal leiden naar de juiste plek. Na vele maanden reizen droomt een van hun imams van een bron met helder water. De volgende dag komen de reizigers bij zo’n bron. De kameel stopt om te drinken en verandert in een wit standbeeld. De stam ziet dat als een teken van Allah en besluit zich in dit gebied te vestigen.

 

Salar Vijver Tuin

Salar Vijver Tuin

We bezoeken de herdenkingstuin met een vijver en een witmarmeren kameel erbij. In een van de muren zijn stenen platen gemetseld die het verhaal van de Salar laten zien. Bij de ingang is een drie meter hoge stenen plaat met dit verhaal: aan de ene kant in het Chinees, aan de andere kant in het Engels. Het is een bedevaartplek voor de dertig procent Salar die ergens anders in China wonen.

 

Verspreiding van de Salar in Noord-West China

Verspreiding van de Salar in Noord-West China

De Salar hebben al die eeuwen hun eigen Turkmeense taal gehouden, maar wel met invloeden van de bevolkingsgroepen om hun heen: Amdo-Tibetanen, Han-Chinezen, Hui (zeg: Chwee), Mongolen en vanuit de historie: Perzische en Arabische uitdrukkingen. De afstand met de Noordelijke Salar (links-boven op de kaart) is zo groot, dat ze nu elkaar niet meer kunnen verstaan. Dus dan spreken ze maar Mandarijn Chinees, de voertaal voor China.

Peper Bossen (Salar-1)

Peper Bosjes

Peper Bosjes

Zo nu en dan zien we ze te koop liggen op de straat: grote bossen pepers. De mensen hier houden van “la”, flink gepeperd eten. Wij bestellen steeds ‘boe-la”, niet scherp eten. Hm, smakeloos, zegt dan het gezicht van degene die de bestelling opneemt.

Maar wat we onderweg zien als we een dagje uit gaan naar een natuurreservaat, dat hadden we niet verwacht. Een paar honderd bossen pepers die langs de weg te drogen hangen in winkels, voor winkels, naast winkels, op de binnenplaats, overal! Zelfs in een boom!

Peper winkel

Peper winkel

En zelfs een beekje dat langs de huizen loopt is rood gekleurd. We zijn kennelijk terecht gekomen in een gebied waar pepers geoogst worden. Op de binnenplaats liggen grote bergen losse pepers. Kinderen, oma’s, moeders, iedereen helpt mee om ze samen te binden tot even grote bossen, die dan overal opgehangen en neergelegd worden om te drogen.

Iedereen werkt mee

Iedereen werkt mee

De vrouwen hebben zwarte hoofddoeken om, de mannen dragen een wit kalotje. Iets verderop staat een minaret te schitteren in de weinige zonneschijn. Langs de weg loopt een jonge moeder met twee kinderen. Dit is het gebied van de Salar.

Salar-man

Salar-man

Harde werkers, landbouwers en tuinders en natuurlijk schapenhouders. Een van de 55 erkende etnische minderheden in China. Een rustige kleine groep Moslims van 150.000 mensen. Van een Midden-Aziatische Turkse oorsprong. Kijk maar naar de man waar ik mee praat. Je ziet het in zijn trekken. En toch is hij (ook) een Chinees. Salar wonen hier al eeuwen.

“Ga je mee naar het Meng Da Natuur Reservaat?”, vroeg collega Margaret. Dat leek ons wel. En zo zijn we op weg daarheen in een blauw busje met 9 andere buitenlanders. Meng Da ligt in de Zelfstandige Prefectuur van de Salar. We zijn een heleboel interessante dingen over deze volksgroep te weten gekomen. Met mooie foto’s – voor de komende paar blogs.

Met Ma mee

Met Ma mee

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 27 andere volgers